artikel 223 Rv in het zonnetje



Wist je dat je tijdens een bodemprocedure ook een voorlopige voorziening kunt vragen binnen diezelfde procedure? De basis hiervoor ligt in artikel 223 Rv: tijdens een lopende zaak kan een partij vragen om een voorlopige maatregel voor de duur van het geding. Dus in feite is dat een kort geding binnen een bodemprocedure. Mooi toch!

Opvallend genoeg kom ik in de wekelijkse jurisprudentie weinig voorbeelden tegen waarin van deze bepaling gebruik wordt gemaakt. Tot afgelopen week. Ik kwam een interessante uitspraak tegen waarin artikel 223 Rv nét even anders werd toegepast dan je misschien zou verwachten.

Artikel 223 Rv wordt vaak gezien als iets dat alleen binnen een bodemprocedure kan worden ingezet. Maar in deze recente uitspraak, ECLI:NL:RBNNE:2025:599, ging het om een voorlopige voorziening binnen een kort geding zelf. Dus een kort geding binnen een kort geding. Oh?!?

In deze zaak werd bij het aanvragen van de zittingsdatum voor kort geding óók meteen een voorlopige voorziening verzocht voor de duur van het kort geding zelf: een verbod op het kappen van een oude beukenhaag totdat in het kort geding zou worden beslist. De voorzieningenrechter in Assen ging hierin mee.

Supersnel: uitspraak binnen één dag
Wat deze zaak extra interessant maakt, is dat op 29 januari 2025 de voorlopige voorziening werd aangevraagd bij het insturen van de concept-dagvaarding aan de rechtbank en dat op 30 januari 2025 het vonnis er al lag.

De rechtbank erkende dat er strikt genomen nog geen aanhangige procedure was. De dagvaarding was immers nog niet uitgereikt. Maar juist omdat een kort geding zo flexibel is, vond de voorzieningenrechter dat vooruitlopend op de betekening van de dagvaarding tóch een voorlopige maatregel kon worden getroffen:

Overweging: ‘Maar gelet op het eigen en flexibele karakter van het kort geding kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook vooruitlopend op de betekening van de dagvaarding worden verzocht om een voorlopige voorziening (een ordemaatregel voor de duur van het kort geding).

De eiser vroeg de ordemaatregel ex parte aan, dus zonder dat de wederpartij werd gehoord. Dit werd toegewezen, omdat er sprake was van een duidelijk en gerechtvaardigd belang en een bijzonder spoedeisend karakter. De rechter trok zelfs een parallel met conservatoir beslag, waarbij ook zonder hoor en wederhoor verlof wordt verleend.

Om de spoed te onderstrepen, bepaalde de rechter dat het vonnis direct samen met de kort geding dagvaarding aan de gedaagde betekend moest worden.

Het resultaat: een verbod op het kappen van de beukenhaag, met een dwangsom van 50.000 euro als stok achter de deur.

Dit vonnis laat zien dat artikel 223 Rv misschien meer mogelijkheden biedt dan je in eerste instantie zou denken. Een mooie uitspraak die bewijst dat er met een beetje creativiteit verrassend veel kan.

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:599

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven